Ga naar de inhoud

GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN IN HOEGAARDEN (1970 – 1976)

ROGER KERRIJN WORDT BURGEMEESTER: ABSOLUTE LIBERALE MEERDERHEID GEBROKEN EN SOCIALISTEN LATEN BURGERMEESTERSCHAP LIGGEN

HOEGAARDEN – We maakte in de vorige bijdrage over André Hettich, deel III al duidelijk dat het een moeilijke verkiezing zou worden voor de liberalen in 1970. De grijze eminentie en directeur van de Grand-Pont, Jean-Marie Lowet – Oury, was in september 1970  ingevolge een jachtongeval overleden. De suikerfabriek werd opgeslorpt door de Tiense Suikerraffinaderij, een groot verlies voor de PVV. Burgemeester Hettich zou het hard te verduren krijgen: schepen Oscar Vanosmael deed niet meer mee, terwijl schepen Albert Swellen voor een aparte lijst gekozen had, in de voetsporen van Giroulle. Raadslid Tourwé bedankte voor de eer, terwijl schepen Vanex al in 1966 had afgehaakt. De CVP rook bloed en zette alles in het werk om de macht van de blauwen te breken. Ze waren vast van plan, net zoals in Tienen in 1964 het meer dan 100-jarig liberaal bewind was omvergegooid, dat ook in Hoegaarden te doen.

Roger Kerrijn © Leyssens

Bij de gemeenteraadsverkiezingen behaalden de liberalen van de PVV, voor het eerst sinds lange tijd, geen absolute meerderheid meer. Ze werden door een coalitie van CVP en BSP in de oppositie verdrongen. Voor de PVV waren de gekozenen: André Hettich (568), Georges Gasia (288), Noël Taverniers (188), Willy Boffé (371), Willy Marchal (305) en Vital Vranckx (208). Voor de CVP waren dat: Roger Kerrijn (611), Cyriel Vandermolen (263), Pros Fourie (212), Frans Huon (221) en Albert Rimanque (272). Voor de BSP werden Henri Grootjans (333) en Jef Ausloos (168) verkozen. Roger Kerrijn werd burgemeester vanaf 1971. De PVV haalde 1299 stemmen, tegen 1126 voor de CVP en 670 voor de BSP. De Gemeentebelangen haalden met 239 stemmen geen verkozene en dus lag Albert Swellen, de stoorzender van de voorbije zes jaar, eruit. En voor het eerst werd ook Frans Huon verkozen als raadslid.

Voor de tweede maal in de geschiedenis liet de BSP een grote kans liggen. De liberalen trokken naar Rik Grootjans en boden hem het burgemeesterschap aan, als hij meeging met de liberalen. Maar onder druk van de Tiense socialisten koos de BSP de CVP. Achteraf zouden ze nooit zo’n kans meer krijgen. Het was de tweede keer dat de socialisten zo’n kans lieten liggen. Ferdinand Sweerts had ten tijde van burgemeester Leopold Lodewijckx ook het hoogste ambt kunnen bekleden. Nu werd Roger Kerrijn burgemeester.

De avond van de verkiezingen, op 11 oktober 1970, toen de uitslag bekend raakte werd er in de Pax, het lokaal van de CVP, gevierd, terwijl in de Cerkel, het lokaal van de PVV, verslagenheid heerste. In de Waranda, het socialistische lokaal, werd uitbundig de nederlaag van Hettich gevierd. De liberalen hadden het meeste zetels (6), maar de meerderheid was gebroken, de katholieken hadden vijf zetels, maar vooral de socialisten waren overwinnaars, met twee zetels. Zij konden bepalen wie in Hoegaarden het beleid zou voeren en de BSP ging scheep met de CVP, maar dat is hen achteraf zuur opgebroken. Het blauwe bastion dat ononderbroken 74 jaar stand had gehouden, werd omvergeworpen. 

Schepenen Pros Fourie en Rik Grootjans

In januari 1971 werd Roger Kerrijn burgemeester, met Rik Grootjans en Pros Fourie als schepenen. Albert Swellen, Oscar Vanosmael, Van Nerum, Smeyers, Tourwé en Jubin werd gevierd bij hun afscheid. In de komende periode zouden de muziekverenigingen ingezet worden als politieke vaandeldragers, nu in uniform en met majoretten en trommelaars, zowel bij VML als bij MGG.

FRANS HUON

Ook Frans Huon was verkozen als raadslid, zoals later zou blijken geen gewone smurf. Tijdens zijn studentenjaren aan de KU Leuven zette hij zich actief in voor de Vlaamse Beweging en het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond (KVHV). In Hoegaarden liet hij zich als jonge kerel niet onbetuigd. Hij werd de stichter van het jeugdhuis ’t Paenhuys. Huon was er geruime tijd voorzitter. Tevens was hij in Hoegaarden medestichter van de Davidsfondsafdeling. Zijn engagement ontging de Tiense volksvertegenwoordiger Jaak Henckens (CVP) niet. Hij vroeg de 30-jarige Frans in 1970 om zich kandidaat te stellen bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Frans Huon en Jef Ausloos

De CVP zat toen in de oppositie in Hoegaarden. En zie: na honderd jaar liberaal bewind haalde de CVP de meerderheid. Zes jaar later (1977) werd Huon schepen en na het ontslag van Roger Kerrijn (1990) burgemeester. Frans Huon zetelde ook 12 jaar in de provincieraad. Huon vond van 1978 tot 1990 nog de tijd om gids te spelen in zijn gemeente en de brouwerij. Hij leidde er 2200 groepen rond. Frans zou burgemeester blijven tot in 2008 vlak voor zijn overlijden.

De gemeenteraad besliste in augustus 1971 dat het slachthuis moest sluiten. De gebouwen zouden dienen als gemeentelijke opslagplaats. Theophile Laloup werd voorzitter van de COO-commissie. Jean Baptiste Willemaers werd de nieuwe COO voorzitter in september 1972. In september 1971 werd op de gemeenteraad beslist gemengd onderwijs in te voeren.

Schepen van Onderwijs Rik Grootjans wilde in september 1971 de gemeentelijke muziekschool afschaffen, omdat deze geen toekomst bood voor de kinderen. Hij vroeg contact te nemen met het stadsbestuur van Tienen met het oog op de uitbreiding van een afdeling van de stedelijke academie in Hoegaarden.

ONGEVAL, KOERSEN EN FUSIESPOOK

PVV- Raadslid Willy Marchal werd in januari 1972 slachtoffer van een tragisch verkeersongeval aan de kloostermuur in Klein-Overlaar. Hij was samen met Willy Boffé één van de jonge opkomende krachten bij de liberalen, maar zijn lange revalidatie zou leiden tot zijn ontslag.

Omdat burgemeester Kerrijn de “kleine toeren” voor wielerwedstrijden had verboden, konden er geen wielerwedstrijden meer georganiseerd worden door het Feestcomité Au Cercle. Enkele mensen vanuit de Cerkel, de JVV en café bij Selleke organiseren een geïmproviseerde dorpskoers van drie kleine toertjes, met dorpsfiguur Jean Mus als de glorieuze overwinnaar, bij de kermis in juli 1972.

Een werkgroep van ’t Paenhuys die zich bezig hield met de fusieproblematiek hield in augustus 1973 een enquête omtrent de toekomst van de wijk Groot-Overlaar, namelijk het gebied tussen de Tiense ring en de autoweg. Er werden 180 formulieren uitgedeeld, waarbij slechts 17 personen zich uitspraken voor overheveling naar Tienen en 132 tegen. In percentage betekent dit dat 88,5% tegen overheveling naar Tienen was.

De werkgroep van ’t Paenhuys hield in september 1973 een tweede enquête, nu in Nieuw-Overlaar, en een deel van de Oorbeeksesteenweg, en de steenweg naar Hoegaarden tot aan de ring. Er werden 278 formulieren uitgereikt. Daarvan spraken er 197 personen zich uit tegen het Tiense voorstel tot overheveling, en slechts 64 voor. Dit betekende dat 75,50% van het gebied bij Hoegaarden wilde blijven. In Nieuw-Overlaar zelf lag het op 74%, langs de steenwegen op 77%. De argumenten tegen Tienen: corrupte geest vanwege de industrie, meer belastingen, ingewikkelde centrale administratie, het mentaliteitsverschil, de vrees voor industriële inplantingen langs de E5 oprit, stad zonder ziel…

De gemeenteraad van Hoegaarden stemde in oktober 1973 een motie tegen het fusiebeleid van het Gewest dat een deel van de wijk “Groot-Overlaar”, en de wijk “Nieuw-Overlaar”, plus de Oorbeeksesteenweg naar Tienen wilde overhevelen. Ook Hoxem wilde het niet kwijt. De kerk, de school en het kerkhof lagen trouwens op Hoegaardse grondgebied. Door een afname van boven vermelde wijken zou Hoegaarden ten zeerste in zijn levens kracht aangetast zijn. Hoegaarden verklaart zich anderzijds wel akkoord met het voorstel tot samenvoeging met de gemeente Outgaarden.

PVV-raadslid Willy Marchal, nam in november 1973, na zijn zwaar ongeluk,  ontslag in de gemeenteraad.  Hij werd vervangen door Julien Smeyers.

Schepen Pros Fourie (CVP) stemde in januari 1974 tegen de COO-begroting in Hoegaarden, omdat hij niet werd uitgenodigd op het jaarlijkse kerstfeest in het rusthuis, terwijl schepen Rik Grootjans (BSP) wel uitgenodigd was. Het zat dus scheef tussen CVP en BSP. In oktober 1974 werd de vernieuwde Bleystraat ingewijd door het gemeentebestuur, het plaatselijke comité en een deel van het Hoegaardse verenigingsleven.

Willy Boffé en Willy Marchal de nieuwe liberale voormannen

GEMEENTEFUSIES

In de wijk Groot Overlaar verschenen in maart 1975 overal affiches aan de ramen met de tekst “Wij blijven Hoegaardiers”. In het fusievoorstel van Binnenlandse Zaken werd Nieuw Overlaar van Hoegaarden naar Tienen overgeheveld. Een ogenblik was er ook sprake van de overheveling van Groot Overlaar tot aan de E5. Welk nu het voorstel van grens was, bleef in het vage. In het voorstel van Binnenlandse Zaken zou, indien de Ring de nieuwe grens met Tienen werd, Hoegaarden 390 inwoners verliezen. Aan de andere kant kreeg Hoegaarden het Kumtichse deel van Hoxem bij (122), Meldert (804) en Outgaarden (643). Dat zou het aantal inwoners van 4919 op 6098 brengen.

Schepen Pros Fourie stelde in april 1975 dat indien een stuk van Groot Overlaar naar Tienen werd overgeheveld, Hoegaarden de kleinste en armste fusiegemeente van de streek ging worden. “Overlaar bij Tienen voegen is de gemeente Hoegaar den onthoofden”, zo voegde schepen Rik Grootjans eraan toe. “Nieuw-Overlaar is immers de wijk met het hoogste kadastrale inkomen”. Beide schepenen woonden in het gebied dat naar Tienen zou gaan.

De gemeente Hoegaarden vernam in september 1975 met ontstentenis dat het gemeentelijke advies i.v.m. de fusies genegeerd werd. Bij Koninklijk Besluit werd nu vastgelegd dat de gebiedsdelen van Hoegaarden ten noorden van de E5 werden toegevoegd bij Tienen. De gemeente stemde een nieuwe motie waarbij werd gesteld dat het meest renderende deel van de gemeente moest afgestaan worden. De gemeente had ook becijferd dat wel 90% van de schoolgaande jeugd van Groot Overlaar, Nieuw-Overlaar en de Oorbeeksesteenweg, de scholen van Hoegaarden bezocht.

De gemeente Hoegaarden ging in november 1975 beroep aantekenen bij de Raad van State om de nietigverklaring te vragen van het KB van 17 september dat de samenvoeging van gemeenten en de wijziging van hun grenzen inhield . De minister Michel antwoordde op het verzet van de gemeente Hoegaarden i.v.m. de fusies dat het eerst de bedoeling was alleen Nieuw Overlaar naar Tienen over te hevelen. Omdat er geen duidelijk zichtbare scheiding was, werd dan maar beslist na opmetingen door het kadaster de E5 als scheidingslijn te nemen. Het verzet van Hoegaarden werd overgemaakt aan de provinciale commissie van de grenscorrecties.

VERKIEZINGEN 1976

Door de fusiewet kwamen Meldert en Outgaarden bij Hoegaarden, en dus zou er op 10 oktober 1976 door de verhoging van het aantal inwoners, voor 17 kandidaten gestemd worden. Voor de eerste maal kwam er te Hoegaarden een nieuwe politieke partij op: de Volksunie. De CVP zocht in de deelgemeenten de geschikte mensen om een volstrekte meerderheid te kunnen halen, om de socialisten af te werpen. De CVP verloor echter schepen Pros Fourie, die door de fusie met Groot-Overlaar naar Tienen ging. De BSP zat in hetzelfde schuitje, want zij verloren schepen Rik Grootjans, ook al uit Overlaar. De PVV moest het met een ongeveer gans nieuwe ploeg stellen, op Willy Boffé na.

De CVP ging vooral prat op de realisaties van de voorbije zes jaar, al was dat natuurlijk in samenwerking met de BSP gebeurd: de vernieuwing van de Bley, de heraanleg van de weg naar Nerm, de verbindingsweg van Hauthem naar Hoxem, de heraanleg van het sportstadion, de afbraak van een reeks krotwoningen in de Gasthuis straat, de aanleg van de omgeving van de kerk, met toegang tot het park, enz …In die zes jaar startte in Hoegaarden ook de kabel-tv.

Op 10 oktober 1976 moesten er 17 raadsleden verkozen worden en de CVP haalde de absolute meerderheid. De PVV behield slechts vijf zetels, terwijl de SP de twee zetels uit 1970 behield. De raadsleden voor de CVP: Roger Kerrijn (1462), Cyriel Vandermolen (544), Frans Huon (639), Albert Rimanque (406), Ferdinand Hardiquest (334), Raymond Decoster (625), Georges Gilis (420) en Marie Claire Monette (418) uit Hoegaarden, Roger Rosseels (344) uit Meldert en Jozef Michel (379) uit Outgaarden. Voor de PVV werden verkozen: Willy Boffé (524), Jacques Delmulle (474), Paul Hermans (387), Freddy Mannaerts (316) en Omer Huts (310). Voor de BSP waren dat Jef Ausloos (182) en Clément Reviers (239).

Op 10 oktober 1976 heerste rond de politieke lokalen een grote drukte. De CVP haalde een nooit verwacht succes en overtrof zichzelf. Zij verwierven 10 zetels of een winst van 5. De PVV verloor 1 zetel en behield er vijf. Oud-burgemeester Hettich, die lijstduwer was, werd niet meer herkozen. De BSP behield twee zetels, terwijl de VU geen verkozenen had. De fusiewet had het liberalisme volledig gekelderd, gezien de vele CVP-stemmen uit Outgaarden en Meldert. De katholieken verwierven de volstrekte meerderheid en hadden de socialisten niet meer nodig. Roger Kerrijn bleef burgemeester, met een tot op heden ongeëvenaard stemmenaantal van 1462. Hij werd vanaf dan verbonden aan het kabinet van Minister Mark Eyskens. Frans Huon werd Eerste schepen, terwijl Jozef Michel, Raymond Decoster en Roger  Rossseels de overige schepenzetels bekleedden. Cyrille Vandermolen greep naast een schepenambt, want er was bij die eerste fusieverkiezing afgesproken dat er een schepen uit Meldert en Outgaarden zou zetelen.

Voor heel wat raadsleden werd het in december 1976 een afscheid om diverse redenen, hetzij door inlijving bij Tienen, niet verkozen zijn, of niet meer deelgenomen. Rik Grootjans, Pros Fourie, Noël Taverniers, Vital Vranckx, André Hettich en Julien Smeyers, verdwenen uit de raad. – HCH