Ga naar de inhoud
cropped-DGVHoegaarden-logo-1181x1181-1.png

Degazetvanhoegaarden.be
De Gazet van Hoegaarden, Outgaarden en Meldert Regio Tienen

Met medewerking van

HULDE AAN MONUMENT VAN GEORGE PARRAMORE

HOEGAARDEN – Op zaterdag 25 november om 15 uur vindt de herdenkingsplechtigheid plaats aan met monument van S/S G. Parramore te Hauthem aan de Waversesteenweg. Deze herdenking vindt plaats in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de Ambassade van de Verenigde Staten van Amerika in Brussel. Wie wil kan samenkomen om 14.30 uur in het Nieuwhuys in Hoegaarden.

Het oorlogsmonument aan de Waversesteenweg is opgericht als nagedachtenis aan Staff-Sergeant G.F. Parramore die op 1 december 1943 in het veld naast de gedenksteen sneuvelde. Het staat ook symbool voor alle slachtoffers van de luchtstrijd van de geallieerde strijdkrachten, die gesneuveld zijn tussen Sint-Truiden en Leuven.

De hulde aan met monument van Parramore vorig jaar

Sinds 1989 vindt hier een herdenking plaats onder de auspiciën van het Parramore Comité, de Confrérie der V Geslachten van Hoegaarden, met medewerking van het gemeentebestuur, steeds in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de Amerikaanse ambassade.

NOODLOTTIGE OPDRACHT

George Fisher Parramore werd op 9 november 1921 geboren in Cheriton – Virginia.  Na zijn opleiding vloog hij naar Engeland.  Op woensdag 1 december 1943 maakte hij deel uit van een gevaarlijke opdracht boven het Ruhrgebied in Duitsland. De B-24 Liberator, het vliegtuig waarin hij vloog,  werd bij de terugtocht, tussen de Duitse grens en onze regio, aangevallen en getroffen door Messerschmits 110, waarbij verschillende bemanningsleden, waaronder Parramore, gewond werden.

Hij hielp verschillende bemanningsleden het toestel verlaten, maar toen hij zelf sprong, kwam hij op de stabilisator van het staartstuk terecht, waardoor zijn valscherm niet helemaal open ging. Hij stortte te pletter op het Wijnhofveld in Sint-Catharina Hauthem. De bommenwerper stortte neer tussen Opvelp en Bevekom.

Wat er achteraf gebeurd is, is onduidelijk: heiligschennis op het lijk door collaborateurs, en dreiging door het verzet om de oorlogsburgemeester in een mesthoop te begraven. Alleszins, na lang aarzelen gaf oorlogsburgemeester Jules Celis de toestemming het lijk in een kist te leggen. Pas in 1987 werden de opzoekingen gestart rond deze gevallen held. – HCH