Ga naar de inhoud

GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN IN HOEGAARDEN (1964 – 1970)

DEEL III: ANDRÉ HETTICH BURGEMEESTER, MAAR SWELLEN IS DE BAAS

HOEGAARDEN – Burgemeester André Hettich had bij zijn eerste legislatuur al flink wat tegenwind gekregen van de katholieke oppositie. Maar dit was nog niets in vergelijking wat hij bij zijn tweede ambtstermijn zou voor hebben. Er was onenigheid in het schepencollege en uiteindelijk zou Albert Swellen schepen worden. Die zou een eigen koers varen, soms met de meerderheid, soms met de oppositie. Het werd een onwezenlijke opeenvolging van politieke spelletjes. Als we dan nog weten dat Hettich de steun van de suikerfabriek zou kwijtraken konden de verkiezingen van 1970 al voorspeld worden. De liberalen, aan de macht sinds 1896, zouden in 1970 hun absolute meerderheid verliezen.

André Hettich en zijn opvolger Roger Kerrijn

Volgende namen kwamen uit de bus bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1964. Cyrille Vandermolen (193), Roger Kerrijn (284), August Van Nerum (211) en Pros Fourie (132), waren de katholieke verkozenen, Michel Giroulle (209) werd verkozen bij Gemeentebelangen. Bij de liberalen kwamen André Hettich (447), Oscar Vanosmael (189), Willy Vanex (195), Georges Gasia (223), Albert Swellen (193) en Theodore Tourwé (115) in de raad. Burgemeester André Hettich kreeg politie en burgerlijke stand, eerste schepen Oscar Vanosmael Onderwijs, en 2de schepen Willy Vanex Openbare Werken en Financiën. Van Bever was niet verkozen door zijn geringe aantal voorkeursstemmen. In de Commissie van de Openbare Onderstand in april 1965 werden Jean Peeters, Oscar Raddoux, Désiré Vanmol, Jean Vanderstappen en Paul Vanhagendoren gekozen.

ONENIGHEID OVER SECRETARIS

 De katholieke oppositie riep op 17 mei 1965 een gemeenteraad bijeen, maar de meerderheid daagde niet op. Op 9 juli 1965 overleed gemeentesecretaris Louis Sevenants, die zou opgevolgd worden door Jules Cipers. Raymond Sevenants was kandidaat om zijn vader op te volgen, maar door onenigheid binnen de PVV raakte hij niet aan het ambt. Twee PVV-ers kozen immers de zijde van de CVP die de kandidatuur van Cipers steunde. Een eerste nederlaag voor de PVV.

De laatste drie maanden einde 1965 was schepen Willy Vanex meer afwezig dan aanwezig geweest. Schepen Vanex zou zich terugtrekken in 1966, wegens onenigheid met burgemeester Hettich.  

Albert Swellen en Willy Vanex

De PVV riep in november 1965 een gemeenteraad bijeen, maar slechts burgemeester Hettich, de schepen Vanosmael en Vanex, en de raadsleden Tourwé en Gasia daagden op. Te weinig voor een geldige raadszitting.

Willy Vanex nam nog even deel aan het College van 25 januari 1966, maar op 23 februari schreef hij een brief waarin hij zijn ontslag gaf als raadslid en schepen in Hoegaarden. Normaal was het aan Frans Van Bever om als eerste opvolger in de Hoegaardse gemeenteraad te komen, na het ontslag van Vanex, maar de oud-schepen wil niet meer zetelen. Zo werd Julien Smeyers weer raadslid.

Op de raadszitting van 14 maart 1966 , waren slechts 10 raadsleden aanwezig, en de meerderheid werd vastgelegd op 6, door de afwezigheid van Swellen. Na een eerste stemming kregen de raadsleden Gasia en Fourie elk 5 stemmen. Hierop verlieten de raadsleden Giroulle, Fourie, Kerrijn, Van Nerum en Vandermolen de raadzaal, zodat de raad niet meer in getal was om geldig verder te vergaderen. Dus geen nieuwe schepen aangesteld.

De onenigheid was groot bij de liberalen , want raadslid Albert Swellen werd plots de kandidaat schepen waar de katholieken en Giroulle voor stemden. De kandidaat van de liberalen was Gasia, maar die haalde slechts vijf stemmen, tegen zes voor Swellen, die aldus tweede schepen werd.

Er was duidelijk een nieuwe meerderheid ontstaan, want met 6 stemmen tegen 5, werd een dossier voor de verbetering van buurtwegen verdaagd, en weigerde de raad de eindafrekening van de verbeteringswerken aan Stoopkensstraat, Vroentestraat, Tommestraat, Koning Albertlaan, Pastorijstraat en Dumonstraat, goed te keuren. Het voorstel van het College de personenbelasting op 5% te brengen werd verworpen, even als de belasting op motorrijtuigen. De stemming varieerde telkens.

SWELLEN DE BAAS

Schepen Albert Swellen leek de baas te zijn in Hoegaarden, want op zijn voorstel werd zelfs een principiële beslissing voor het toekennen van een vergoeding wegens begrafeniskosten, aan nabestaanden van een overleden personeelslid, verdaagd. Ook de bespreking van de gemeentebegroting 1966 werd verdaagd.

De overgebleven liberale groep Hettich – Vanosmael – Gasia – Tourwé en Smeyers riep op 28 maart 1966 een raadszitting bijeen, maar de katholieke oppositie, nu in de meerderheid door de Gemeentebelangen (Giroulle) en Swellen, daagde niet op.

Cyrille Vandermolen en Pros Fourie

Burgemeester Hettich liet twee raadszittingen bijeen roepen, op 19 april en 27 april 1966, maar de oppositie, nu in de meerderheid, kwam niet opdagen. Men zou moeten wachten tot de zitting van 3 mei. Dit zou een memorabele raadszitting worden voor hetgeen er overbleef van de PVV. Tegen hun zin werden de wedden van burgemeester en schepenen gehalveerd, en er werd een nieuw gemeentelijk feestencomité opgericht, met Kerrijn als voorzitter, waar zij niets in de pap te brokken hadden. Het voorstel kwam van de raadsleden Fourie, Kerryn, Van Nerum en Vandermolen.

De katholieke oppositie, Giroulle en Swellen, slaagden erin om een verbod op te leggen aan om ’t even welke maatschappij om de titel te dragen van gemeentelijk. Volgens hen werd dat “Officiële Feestencomité” van André Hettich nooit opgericht tijdens een gemeenteraad, en Hettich kon dit inderdaad niet ontkennen.

In overeenstemming met de weddevermindering van de burgemeester, wilde de nieuwe meerderheid nu ook het pensioen van de gewezen burgemeester verminderen. Het voorstel kwam van schepen Albert Swellen, die ook zijn wedde als schepen al gehalveerd zag, tijdens dezelfde raadszitting. Op de raadszitting van 7 juni 1966 zei raadslid Pros Fourie letterlijk tot burgemeester André Hettich: “Ik zal je het leven zuur maken tot je ontslag neemt als burgemeester”. Hij liet een motie van wantrouwen of afkeuring van de handelwijze van de burgemeester goedkeuren, omdat deze te laat beslissingen van de gemeenteraad doorstuurde naar de hogere overheid. De motie wordt aangenomen met 6 tegen 4, of de katholieken + Giroulle + Swellen, tegen 4 PVV-ers. Tourwé was weer afwezig.

De katholieke oppositie vroeg in juni 1966 een neutraal lokaal voor de prijsuitreiking van de gemeenteschool die steeds in “Au Cercle” plaats vindt. Burgemeester André Hettich reageerde hierop door te zeggen dat het de enige zaal was die voldeed wat betreft grootte en toneelruimte. Na zijn argumentatie verliet Hettich met zijn fractie de gemeenteraad die verder door schepen Albert Swellen werd geleid. Op de raadszitting van 17 juni 1966 werd de rekening van het Slachthuis weggestemd met 6 stemmen tegen 4, of de nieuwe meerderheid tegen de liberale fractie. Tourwé was afwezig. De uitslag van de stemming werd overgemaakt aan de provinciegouverneur. Ook de gemeenterekening werd verworpen. In augustus werd ze dan toch goedgekeurd.

TERUGGEFLOTEN

De burgemeester en wat van zijn fractie overbleef riep een gemeenteraad op, op 25 juli, nog eens op 5 augustus, maar pas op 12 augustus kwam de nieuwe meerderheid opdagen.

In augustus 1966 vernietigde de Gouverneur de beslissingen van de nieuwe meerderheid i.v.m. de halvering van de wedde van de burgemeester, en schepenen, en de halvering van het pensioen van oud-burge meester Michel Giroulle, vernietigd. Ook de motie van wantrouwen tegen de burgemeester werd vernietigd. De alternatieve meerderheid werd hier dus duidelijk teruggefloten.

Roger Kerrijn en Julien Smeyers

Blijkbaar had de nieuwe meerderheid de dossiers slecht voorbereid, want heel wat beslissingen werden vernietigd. De Minister van Verkeerswezen 142 vernietigde het besluit om overal in Hoegaarden 60 km per uur in te voeren. Onder het voorzitterschap van schepen Albert Swellen werd in september 1966 een raadszitting gehouden zonder de burgemeester en de liberale fractie. Deze raad trok de beslissing in om de zitpenningen van de raadsleden te verminderen.

In het schepencollege van september 1966 werd geruzied over gouden bruiloften. Schepen Albert Swellen klaagde aan dat sommige gouden jubilarissen wel een geschenk hadden ontvangen en anderen niet. Burgemeester Hettich antwoordde hierop dat het de schuld was van de gemeenteraad die de 50.000 frank voor feestelijkheden had verminderd.

Op de raadszitting van 17 oktober verliet de nieuwe meerderheid de zaal na een twist over “verlichtingslampen”. In november werd geen raadszitting gehouden. Op 15 december riep de burgemeester een raad bijeen, maar men was niet in aantal om geldig te vergaderen. Het was wachten op de raadszitting van 19 december, waar ook raadslid Tourwé, na een lange afwezigheid weer verscheen. Maar de nieuwe meerderheid beweerde dat de gemeenteraad niet wettelijk was samengeroepen en de 25 agenda punten, werden telkens met 6 stemmen tegen 5, verdaagd. Op de raadszitting van 29 december, nog volgens de nieuwe meerderheid niet wettelijk bijeengeroepen, werden ook alle agendapunten verdaagd, nu met 6 stemmen tegen 4.

ONBESTUURBAAR

De burgemeester riep op 11 januari 1967, bij hoogdringendheid een nieuwe raad samen, maar raadslid Kerrijn betwiste de hoogdringendheid. De nieuwe meerderheid liet weer alle punten verdagen. Burgemeester André Hettich vroeg op het College aan schepen Swellen, hoe het kwam dat hij de punten die hij collegiaal mee op de agenda van de raad had geplaatst, op de raadszitting hielp verdagen. Swellen kondigde aan dat hij zich in de toekomst in het college doorgaans zou onthouden.

De nieuwe meerderheid riep op 20 januari 1967 een nieuwe gemeenteraad bijeen om enkele hoogdringende punten goed te keuren, als voorlopige kredieten omdat de begroting steeds uit gesteld werd, en diverse taksen. Nu gaven de burgemeester en zijn liberale fractie verstek. Hoegaarden leek een stuurloos schip. Het was een onwaarschijnlijke situatie, dorpspolitiek van de ergste soort en onverantwoord t.o.v. de burgers.

Burgemeester Hettich en zijn liberale fractie riepen een gemeenteraad bijeen op 17 februari 1967, maar de raad kon niet doorgaan omdat de feitelijke meerderheid niet kwam opdagen. Op 24 februari was het dan toch raak en was er een raadszitting met 11 aanwezigen, maar ook hier werden een aantal beslissingen met 6 tegen 5 verdaagd. Toch werden ook enkele punten goedgekeurd, zoals de begroting van het rusthuis, en de opcentiemen op de onroerende voorheffing. De gemeentebegroting 1967 daarentegen werd geweigerd en weer verdaagd. Swellen verliet de zaal, weldra gevolgd door de katholieke fractie.

Op 28 februari was het weer raadszitting . De rekening van het slachthuis werd afgekeurd omwille van de deficitaire toestand. Bij de bespreking van de gemeentebegroting verliet schepen Swellen de zaal. Op de raadszitting van 3 maart 1967 werd de gemeentebegroting voorgelegd, maar dit punt werd verdaagd door de nieuwe meerderheid, uit protest omdat op de dagorde van de raadszitting, punten voorgesteld door de katholieke fractie, niet waren opgenomen.

De Gouverneur volgde blijkbaar de perikelen in de Hoegaardse gemeenteraad en waarschuwde de gemeente voor de gevolgen die konden voortspruiten uit “de onregelmatige toestand van de gemeentelijke belastingen”. Burgemeester André Hettich stelde schepen Albert Swellen hiervoor verantwoordelijk op het College, omdat deze tweemaal had geweigerd, samen met andere raadsleden, om het verslag van de raadszitting te stemmen. En achteraf ruzieden Hettich en Swellen verder. De waarschuwing van de Gouverneur zou toch helpen, want vanaf dan minderden de politieke spelletjes.

FUSIESPOOK

De Hoegaardse gemeenteraad werd in december 1967 op de hoogte gebracht van het restructuratieontwerp van de Zuid – Oost hoek van het arrondissement Leuven, waarbij de gemeente betrokken was. De minister stelde een nieuwe entiteit Kumtich en Oorbeek voor, waardoor ook in Hoegaarden een grenswijziging moest worden doorgevoerd. De agglomeratie Tienen: door het aanleggen van de autosnel weg Brussel-Luik (E5) zou het gedeelte Nieuw-Overlaar van Hoegaarden, volledig aan de Tiense kant komen te liggen. Hoegaarden – Outgaarden: de gemeente Hoegaarden verloor de gedeelten Hoxem en Nieuw Overlaar, respectievelijk ten voordele van Kumtich en Tienen. Als compensatie zou aan Hoegaarden met 4920 inwoners, de gemeente Outgaarden (697) inwoners moeten gevoegd worden.  Aan deze nieuwe entiteit zouden nog gedeelten toegevoegd worden: het gedeelte van het huidige Bost, gelegen aan de zuidkant van de geplande autosnel weg en tegen Outgaarden aangelegen. Ook het gedeelte van Goetsenhoven aan de zuidkant van de geplande autoweg, en dus het gedeelte ten zuiden van de weg Tienen-Hamme-Mille en het gehucht Dievendaal. De voorgestelde naam van de nieuwe entiteit was Hoegaarden.

Hoegaarden tekende in februari 1968 formeel verzet aan tegen de mogelijke hergroepering van gemeenten. Hieruit bleek dat Hoegaarden geen grondgebied wilde afstaan, noch aan Tienen, noch aan Kumtich. In zeer ondergeschikte orde zou een fusie met Outgaarden mogelijk zijn, maar zonder verdere wijzigingen aan de gemeentegrenzen.

De begroting 1968 kon weer niet goedgekeurd worden omdat in twee groepjes, zes raadsleden de zaal verlaten. Alleen de liberale fractie blijft achter. Een nieuwe raadszitting op 19 maart kon niet plaats vinden, omdat alleen de liberale fractie aanwezig is. Op 25 maart werd de begroting wel goed gekeurd, omdat twee CVP-raads leden afwezig waren.  Op 23 april nam Michel Giroulle, raadslid en oud-burgemeester voor het laatst deel aan een gemeenteraadszitting. In september 1968 zou hij overlijden. Henri Jubin zou hem opvolgen.

Burgemeester André Hettich had in december 1969 een telefoontje gekregen van de gemeentesecretaris van Kumtich om een vergadering te beleggen tussen de schepencolleges van de twee gemeenten, i.v.m. de eventuele overheveling van het gehucht Hoxem naar Kumtich. De burgemeester antwoordde aan de Kumtichse secretaris dat dit probleem voorlopig niet besproken werd.

De alternatieve meerderheid met de katholieke fractie en schepen Swellen riep in februari 1970 een gemeenteraad bijeen maar was niet in voldoende aantal, want raadslid Rik Jubin van de voormalige groep Giroulle was er niet. De gemeente Hoegaarden verzette zich in mei 1970 nogmaals formeel tegen een grenswijziging met het verlies van Hoxem, ten voordele van de geplande entiteit Kumtich-Vissenaken.

NAAR DE VERKIEZINGEN IN 1970

Voor de PVV werd 1970 een fataal jaar. De grijze eminentie en directeur van de Grand-Pont, Jean-Marie Lowet – Oury, was in september 1970  ingevolge een jachtongeval overleden. De suikerfabriek werd opgeslorpt door de Tiense Suikerraffinaderij. Voor de PVV betekende dit een groot verlies. Burgemeester Hettich zou het hard te verduren krijgen: schepen Oscar Vanosmael deed niet meer mee, terwijl schepen Albert Swellen voor een aparte lijst gekozen had, in de voetsporen van Giroulle. Hetgeen Hettich in een reactie op de kritiek op het beleid door de BSP, deed zeggen: “De heren socialisten hebben nog niet begrepen dat sinds 1965 onze gemeente bestuurd wordt door CVP-schepen Swellen, ondertussen naar Gemeentebelangen.” 

André Hettich en Jean-Marie Lowet-Oury

Swellen klaagde in een open brief het PVV-beleid aan, hoewel hij het zelf gevoerd had. Raadslid Tourwé bedankte voor de eer, terwijl schepen Vanex al in 1966 had afgehaakt. Burgemeester Hettich had veel van zijn poplariteit verloren, maar zou ondanks alles bij deze verkiezingen zijn hoogste aantal voor keurstemmen behalen. Er werden op de PVV-lijst heel wat nieuwelingen gezet. De CVP rook bloed en zette alles in het werk om de macht van de blauwen te breken. Ze waren vast van plan, net zoals in Tienen in 1964 het meer dan 100-jarig liberaal bewind was omvergegooid, dat ook in Hoegaarden te doen.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen behaalden de liberalen van de PVV, voor het eerst sinds lange tijd, geen absolute meerderheid meer. Ze werden door een coalitie van CVP en BSP in de oppositie verdrongen. Voor de PVV waren de gekozenen: André Hettich (568), Georges Gasia (288), Noël Taverniers (188), Willy Boffé (371), Willy Marchal (305) en Vital Vranckx (208). Voor de CVP waren dat: Roger Kerrijn (611), Cyriel Vandermolen (263), Pros Fourie (212), Frans Huon (221) en Albert Rimanque (272). Voor de BSP werden Henri Grootjans (333) en Jef Ausloos (168) verkozen. Roger Kerrijn werd burgemeester vanaf 1971. De PVV haalde 1299 stemmen, tegen 1126 voor de CVP en 670 voor de BSP. De Gemeentebelangen haalden met 239 stemmen geen verkozene. Swellen verdween dus van het toneel.

Roger Kerrijn werd burgemeester. Op 28 december 1970 vond het laatste schepencollege plaats geleid door burgemeester André Hettich van de uittredende liberale meerderheid. Hettich zou nog zes jaar raadslid blijven. In 1976 stond hij op de lijst als lijstduwer, maar werd niet meer verkozen. Ereburgemeester André Hettich, zou overlijden in december 1991 op 87-jarige leeftijd, aan een slepende ziekte. – HCH