Ga naar de inhoud
cropped-DGVHoegaarden-logo-1181x1181-1.png

Degazetvanhoegaarden.be
De Gazet van Hoegaarden, Outgaarden en Meldert Regio Tienen

Met medewerking van

OOWGEDS IN BILLEKES LES 48, p. 188, 189, 190 en 191 

Les 48, p. 188 en 189

LES 48, p. 188 en 189

Voor de juiste uitspraak en schrijfwijze, zie bij Publicaties op deze website: Praktische Grammatica, p. 17 – 22, of Lexicon van het Hoegaards dialect, p. 7 – 14.

  • Woordenschat: jeng = jongen / ketter = dichterbij / wédste = verste / wédder = verder / glowaze = glazen / alefrond = halfrond / aleve mowen = halve maan / gazétteman = uitbater van krantenwinkel of iemand die graag in de krant staat / prèès = prijs / déplassàjre = verplaatsen / rapste = snelste
  • Vergelijkingsvormen van het adjectief herhaling (Grammatica p. 42, 43, 104, 105) ketter, wédste, rapste …
  • Vragende voornaamwoorden (Grammatica p. 54) wèè/ waffer / oowvajl / Oow …
  • Voltooid tegenwoordige tijd (Grammatica p. 68) ig ém gegééjeve
  • Onregelmatige meervoudsvorming met tweeklanken (Grammatica p. 31) glas / glowaze
  • bOEm (schrijfwijze lange OE, Grammatica p. 21) bOEm = boom / boem = bom
  • Werkwoord koene (Hoofdtijden Grammatica p. 59) kost / gekoene
  • Gebrààke / hoofdtijden: gebrekte / gebrekt / afgeleid zelfstandig naamwoord = gebrààker
Les 48, p. 190 en 191

LES 48, p. 190 en 191

Voor de juiste uitspraak en schrijfwijze, zie bij Publicaties op deze website: Praktische Grammatica, p. 17 – 22, of Lexicon van het Hoegaards dialect, p. 7 – 14.

  • Antwoorden op vragen p. 188 en 189
  • Woordenschat: boewet = boom / trààn = trein / neujve mowen = nieuwe maan / rééjà = rijden / oto = auto / pééjàd = paard / intige = enkele / planàjt = planeet / wééd = ver / binneket = weldra / réng = ring 
  • Vergelijkingsvormen van het adjectief herhaling (Grammatica p. 42, 43, 104, 105) ketter, wédste, rapst …
  • Telwoorden herhaling (Grammatica p. 45, 46)
  • Onregelmatige meervoudsvorming (Grammatica p. 31) pééjàd / pééjàre
  • Werkwoorden van beweging (Grammatica p. 134) hoofdtijden rééjà = rijden / ràj / geràje
  • Het werkwoord ‘zéng’ = zien / Hoofdtijden (Grammatica p. 60, zie ook voetnoot 104 over de vorm ‘zeujn’)