Ga naar de inhoud

OOWGEDS IN BILLEKES : les 37, p. 144, 145, 146 en 147

Les 37, p. 144 en 145

LES 37, p. 144 en 145

Voor de juiste uitspraak en schrijfwijze, zie bij Publicaties op deze website: Praktische Grammatica, p. 17 – 22, of Lexicon van het Hoegaards dialect, p. 7 – 14.

  • Herhalingsles: antwoorden p. 136, 137, 142 en 143
  • Woordenschat: schoown = schoen / ummes = hemden / tannebestel = tandenborstel / stowase = station / belét = ticket / wiejete = weten / ich zaa = ik zou / liejere = leren / kaas = kous / bestel = borstel / slajtelgat = sleutelgat / tèèber (licht nasaal)= postzegel / öök = haak / rèl = rail / rèèkele = rekenen / nowam = naam
  • Vervoeging ‘zulle’, hulpwerkwoord (Grammatica p. 66). Gebruik van de onvoltooid verleden toekomende tijd: ich zaa et ni wiejete (Grammatica p. 70 / twijfel)
  • Vervoeging ‘émme’ hulpwerkwoord (Grammatica p. 66) Hoofdtijden ‘émme’, (Grammatica p. 59) ig ém en goej rèès gad
  • Telwoorden (Grammatica p. 45 en 46)
Les 37, p. 146 en 147

LES 37, p. 146 en 147

Voor de juiste uitspraak en schrijfwijze, zie bij Publicaties op deze website: Praktische Grammatica, p. 17 – 22, of Lexicon van het Hoegaards dialect, p. 7 – 14.

  • Woordenschat: jeng = jongen / maske = meisje / kéngere = kinderen / deng = doen / mowàke = maken / doewes = doos / kastiejel = kasteel / druujeme = dromen / moejelek = moeilijk / tàwre = toren / owap = aap / pàwt = poort
  • Het werkwoord ‘deng’ = doen / (Grammatica p. 63) Let wel onder invloed van het Nederlands ook dikwijls ‘doown’ / Hoofdtijden (Grammatica p. 58)
  • ‘mowàke’ = maken. Vervoeging: ich mowàk, gèè màkt, ééjà màkt, wèlle mowàke … Let op het verschil met het Tiens (wèlle mààke), waar geen diftongering is. Dit treffen we ook bij andere werkwoorden aan: Hoegaards ‘drowàge’ / Tiens ‘drààge’. Dit verschil treffen we ook aan bij substantieven.  Hoegaards: dàk / dowàke / Tiens : dàk / dààke