Ga naar de inhoud

OOWGEDS IN BILLEKES : LES 34, p. 132, 133, 134 en 135

Les 34, p. 132 en 133

LES 34, p. 132 en 133

Voor de juiste uitspraak en schrijfwijze, zie bij Publicaties op deze website: Praktische Grammatica, p. 17 – 22, of Lexicon van het Hoegaards dialect, p. 7 – 14.

  • Woordenschat: steujre = sturen / vergééjete = vergeten / kabin = cabine / téléfonàjre = telefoneren / vénge = vinden / nemieje = niet meer / zieje = zee / e békke = een beetje / annes = anders / schrèève = schrijven / Oowgere = Hoegaarden / Kenèènepèèp = Konijnenpijp = Tommestraat / tèèber (licht nasaal) = postzegel / noewedig = nodig / kaïkke = kaartje / kowat = kaart / numeràw = nummer / Bééjedelééjersumkiejer = Slachthuisstraat / geriejed = klaar / derep = dorp / drowàge = dragen / stèèke = steken / nowe –  no = naar
  • Kaïkke / verkleinwoorden / (Grammatica p. 88, 89, 90)
  • Oowgere / Kenèènepèèp / Bééjedelééjersumkiejer (Hoegaardse straat- en plaatsnamen, Grammatica p. 33, 34)
  • Vervoeging drowàge / ich drowàg / wèlle drowàge / Hoofdtijden: droowg / gedrowàge (Grammatica p. 58)
  • E békke (Grammatica p. 77), bijwoorden van hoeveelheid
  • Vervoeging en hoofdtijden van ‘gowen’ (Grammatica p 59en 63) / hoofdtijden géngk/gengk, gegowen (Lexicon, p. 110, voetnoot 687)
Les 34, p. 134 en 135

LES 34, p. 134 en 135

Voor de juiste uitspraak en schrijfwijze, zie bij Publicaties op deze website: Praktische Grammatica, p. 17 – 22, of Lexicon van het Hoegaards dialect, p. 7 – 14.

  • Woordenschat: meregen(d) = morgen / lééjeze = lezen / rèèkele = rekenen / importènse = belang / kéngere = kinderen / liejerléng = leerling / schàwl = school / liejere = leren / krèèt = krijt / ààtlàje = uitleggen / juffra == juffrouw / tààs = thuis / alever nàjge = half negen / voowt = voet / ààswérek = huiswerk / wiejete = weten / breujvenbes = brievenbus / terin = erin
  • Rèèkele = rekenen / naargelang de graad van oud Hoegaards / ook rèèkene, onder invloed van het Nederlands.
  • Gééjeve / vervoeging: ich gééjef, gèè géft, wèlle gééjeve …/ hoofdtijden: gééjeve, gaf, gegééjeve
  • Hoofdtijden krèège (Grammatica p. 59)
  • Schrèève / hoofdtijden: schràjf / geschràjve
  • ’t és alever nàjge / tijdsaanduidingen / (Grammatica p. 118)
  • Z’émme goowd gewérekt / z’àjd um terin gezét (Voltooid tegenwoordige tijd, grammatica p. 68)
  • Terin / persoonlijke voornaamwoordelijke bijwoorden / (Grammatica p. 80)