Ga naar de inhoud

OOWGEDS IN BILLEKES : LES 30, p. 116, 117, 118 en 119

Les 30, p. 116 en 117

LES 30, p. 116 en 117

Voor de juiste uitspraak en schrijfwijze, zie bij Publicaties op deze site: Praktische Grammatica, p. 17 – 22, of Lexicon van het Hoegaards dialect, p. 7 – 14.

  • Woordenschat: rààt = ruit / bàwter = boter / wààrem = warm / kaad = koud / vröög = vraag / bewowàre = bewaren / zowàke(s) = zaken
  • Herhalingstest / vragen
  • Vragende voornaamwoorden (Grammatica p. 54)
  • Enkelvoudige zinnen / vragen (Grammatica p. 97)
  • Het werkwoord ‘zéng’ = zien / wordt ook dikwijls ‘zeujn’, onder invloed van andere dialecten
  • Het werkwoord ‘deng’ = doen / wordt dikwijls ‘doown’ onder invloed van andere dialecten
  • Het telwoord ‘téng’ = tien / wordt dikwijls ‘teujn’ onder invloed van andere dialecten. (Telwoorden grammatica p. 45)
Les 30, p. 118 en 119

LES 30, p. 118 en 119

Voor de juiste uitspraak en schrijfwijze, zie bij Publicaties op deze site: Praktische Grammatica, p. 17 – 22, of Lexicon van het Hoegaards dialect, p. 7 – 14.

  • Woordenschat herhaling: wéngkel = winkel / klieke = kleedje / kaase = kousen / andschoowne = handschoenen / plekke = plukken / keref = korf / kééjes = kaas/ intige = enkele / sàwt = soort / gaat = geit / biejest = dier / appelseujn = sinaasappel / jeng = jongen of jong / mins = mens / katégoreuj = categorie / létte = kijken / bààreg = berg / ààs = huis / èd = hard / èès = ijs / iejet = heet / reujk = riek / zaat = zout / vleujge = vliegen / làjper = lepel / tèrmomàjter = thermometer / àrlozje = horloge / kaader = lijst of schilderij / daj = deur of door / verkét = vork / schap = kast/ bladzèède = bladzijde / antwàwd = antwoord
  • Herhalingstest / antwoorden
  • Schrijfwijze: antwàwd = met ‘d’ achteraan, omdat men in het Nederlands het substantief ‘antwoord’ schrijft, ook met ‘d’
  • Schrijfwijze : èd = hard / met ‘d’ achteraan, omdat dit ook zo in het Nederlands is/ Daarentegen èt = hart / met ‘t’ achteraan. Zie ook het verschil tussen aad = oud / aat = hout