Ga naar de inhoud

OOWGEDS IN BILLEKES  LES 1, p. 1, 2, 3

TESTLES 4 -5

LES 1, p. 1

Voor de juiste uitspraak en schrijfwijze, zie bij Publicaties op deze site: Praktische Grammatica, p. 17 – 22, of Lexicon van het Hoegaards dialect, p. 7 – 14.

  • Op pagina 1 worden een aantal persoonlijke voornaamwoorden bekeken. Zie Grammatica p. 47 – 48.

Het gaat hier om de enkelvoudsvormen: ‘ich, ééjà, zèè’ = beklemtoond en ‘ze, nen’ = niet beklemtoond. Let wel in het klassieke Hoegaards wordt voor de derde persoon normaal ‘ne, nen’ gebruikt en niet ‘em’, hoewel dit ook kan.

Voorbeeld: ‘Nen és dowe / Em és dowe’ = hij is daar.

  • Op het laatste prentje worden de aanwijzende voornaamwoorden getoond, namelijk de vrouwelijke vorm ‘dèè’. Zie Grammatica p. 50.

LES 1, p. 2 – 3

  • Op pagina 2 worden de persoonlijke voornaamwoorden (Grammatica p. 47) aangevuld met de voornaamwoorden in het meervoud. ‘Zèlle, Wèlle’ = beklemtoonde vormen, ‘Ze, we’, = onbeklemtoond.
  • Op pagina 3 komen de eerste telwoorden aan bod. (Grammatica p. 45)
  • De aanwijzende voornaamwoorden ‘dééjà , dèè’, zijn er ook bij (Grammatica p. 50).
  • Het lidwoord (Grammatica p. 38) komt eveneens aan bod. ‘ne’ = de mannelijke vorm van het onbepaalde lidwoord.

Ne zééjetel

Zie ook hoe de uitspraak van ‘Ich’ verandert in ‘Ig’ voor een klinker.

  • We vervoegen ook twee werkwoorden: ‘Zén’ = zijn en ‘émme’ = hebben. Zie Grammatica p. 66.

‘Ich zén, gèè zé, ééjàn eés, wèlle zén, gèlle zé, zèlle zén’

‘Ig ém, gèè àj, ééjàn àj, wèllen émme, gèllen àj(t), zèllen émme’