Ga naar de inhoud

GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN IN HOEGAARDEN MICHEL GIROULLE (1958 – 1968)

DEEL II: MICHEL GIROULLE EN DE RUZIE MET ANDRÉ HETTICH

HOEGAARDEN  – We hebben het vorige deel over Michel Giroulle besloten met het feit dat hij bij de verkiezingen in 1952 minder voorkeursstemmen haalde dan André Hettich en dat de strijd kon beginnen. En dat is ook gebeurd, met als resultaat in 1970 het verlies van de absolute liberale meerderheid, mede door de afvallige schepen Albert Swellen en een stevige katholieke oppositie.

Op 5 januari 1953 werd in Hoegaarden de nieuwe gemeenteraad geïnstalleerd. Michel Giroulle, André Hettich, Frans Van Bever, Julien Smeyers, Léopold Bullens, Oscar Vanosmael en Frans Lebegge waren verkozen voor de liberalen.

Michel Giroulle en André Hettich

Théophile Lebegge, Emile Steenwegen en Auguste Kinnaer waren de katholieke verkozenen, terwijl Louis Vanderstukken het enige socialistische raadslid was. Giroulle volgde zichzelf op als burgemeester, André Hettich werd eerste schepen en Frans Van Bever 2de schepen. Louis Sevenants was de gemeentesecretaris.

De raadsleden voor de nieuwe Commissie van de Openbare Onderstand werden in 1953 aangeduid door de gemeenteraad.: Pierre Drochmans, Jean Peeters, Fernand Vanherbergen, Oscar Raddoux en Henri Willems. Ze zouden officieel in dienst treden op 1 juli 1953. Voorzitter werd Pierre Drochmans.

VERDEELDHEID BIJ LIBERALEN

Opmerkelijk in 1955 was er een verdeelde stemming bij de liberalen, i.v.m. de aanvraag van een punt, om de wedde van “gardes” bij hoogdringendheid te behandelen, door raadslid Vanderstukken (socialist). De hoogdringendheid werd aanvaard door 8 raadsleden, met de burgemeester Giroulle, liberale, katholieke en socialistische raadsleden. Maar schepen Van Bever, Hettich en raadslid Vanosmael, alle drie liberalen,  stemden tegen. De eerste tekenen aan de wand van een scheuring bij de liberalen.

Schepen Frans Van Bever was de jongste twee maanden in 1956 afwezig gebleven van het schepencollege en op 19 september moest de zitting zelfs afgelast worden, want burgemeester Michel Giroulle stond er alleen. Dat er grote onenigheid bestond tussen burgemeester Michel Giroulle en schepen André Hettich was geen nieuwigheid. Schepen Van Bever had het zeer moeilijk om onpartijdig op te treden tijdens het schepencollege. In mei 1958 zou de bom ontploffen. Giroulle wilde kost wat kost niet meer scheep gaan met Hettich om de gemeente Hoegaarden te besturen. Oscar Vanosmael moest deze boodschap overbrengen aan de liberale associatie, die daar niet mee akkoord kon gaan.

Men deed al het mogelijke om beide partijen te verzoenen. Vanosmael zocht zijn toevlucht tot hogere instanties, en Giroulle en Hettich werden op het matje geroepen. Maar Giroulle was koppig van aard. Hettich was echter niet meer weg te denken uit de liberale partij. De liberale lijst scheurde dus in twee: een liberale lijst met Vanosmael als lijsttrekker, en een lijst Gemeentebelangen, aangevoerd door Giroulle. Het was Giroulle verboden de naam “liberaal” nog langer te gebruiken

Op 5 augustus 1958 nam Michel Giroulle voor het laatst deel aan de vergadering van het schepencollege. Op de volgende colleges tot het einde van het jaar, bleef hij afwezig. De bitsige kiesstrijd en zijn nederlaag waren daar niet vreemd aan zijn. De zes laatste colleges werden geleid door eerste schepen André Hettich.

KIESSTRIJD VAN 1958

De kiesstrijd tussen Giroulle en Hettich in 1958 werd bitsig. Giroulle probeerde  rivaliteit te brengen tussen Hettich en Van Bever voor de burgemeesterszetel. Giroulle verweet Hettich, of Monsieur André zoals hij hem noemde, dat hij beter in een rock and roll milieu gedijde. “Hij danst zo goed, waar de rokskens zwaaien”, zo stelde hij ironisch. “Maar de meer ernstigere Hoegaardiers opteren voor M. Frans. Hij haalt geen zotte toeren uit, geeft blijk van meer doorzicht en is serieuzer”, aldus Michel Giroulle, die ook zijn 26-jarig burgemeestersschap als troef uitspeelde.

Katholieke oppositie: Cyrille Vandermolen en Pros Fourie

André Hettich verweet Giroulle vooral dat hij zogezegd alles deed voor Hoegaarden en de Hoegaardiers, maar wel buiten de gemeente ging wonen. “Wat kan het hem schelen dat zijn medeburgers hem nooit op het gemeentehuis te zien kregen. Wie een dringend officieel stuk wil, moet het verdagen, of de verplaatsing naar Tienen doen. Een burgemeester moet tussen zijn mensen zijn, en niet ontvangen in zijn private woning”, aldus Hettich. Hettich verweet Giroulle nog dat hij door zijn scheurlijst de jarenlange liberale meerderheid in Hoegaarden in het gedrang bracht.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1958  werden volgende  raadsleden verkozen: Oscar Vanosmael (261), André Hettich (435), Frans Van Bever (99), Leopold Bullens (197), Willy Vanex (135) en Georges Gasia (77), voor de liberalen, Michel Giroulle (306) voor de gemeentebelangen, en Pros Fourie (122), Roger Kerrijn (115), Cyrille Vandermolen (173) en August Van Nerum (168) bij de katholieken. André Hettich werd de nieuwe burgemeester voor de liberalen.

Op 31 december 1958 stuurde oud-burgemeester Michel Giroulle een brief naar de gemeente, waarin hij stelde dat hij zijn mandaat niet zou opnemen. Julien Smeyers zou hem opvolgen. Op 8 januari 1959 werd de nieuwe gemeenteraad geïnstalleerd onder het voorzitterschap van de nieuwe burgemeester André Hettich. Oscar Vanosmael werd 1ste schepen, Frans Van Bever 2 de schepen. Over de twee legislaturen onder André Hettich komen we terug in het hoofdstuk over deze burgemeester.

LAATSTE VERKIEZINGEN VOOR GIROULLE

Bij het samenstellen van de liberale lijst, nu PVV, voor de gemeenteraadsverkiezingen in 1964, werd Julien Smeyers opnieuw op de PVV- lijst opgenomen. Tourwé was nieuwkomer en Hettich werd opnieuw lijsttrekker. De lijst Gemeentebelangen kwam opnieuw op, maar was weer onvolledig.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen werden dezelfde katholieke mandatarissen verkozen, namelijk Cyrille Vandermolen (193), Roger Kerrijn (284), August Van Nerum (211) en Pros Fourie (132), evenals Michel Giroulle (209) bij Gemeentebelangen.

Frans Van Bever en Julien Smeyers

Bij de liberalen kwamen André Hettich (447), Oscar Vanosmael (189), Willy Vanex (195), Georges Gasia (223), Albert Swellen (193) en Theodore Tourwé (115) in de raad. André Hettich werd opnieuw burgemeester.

De PVV zat na de verkiezingen in nesten, want Van Bever werd niet verkozen door zijn geringe aantal voorkeurstemmen. De raadsleden Smeyers en Godefridi werden vervangen door Albert Swellen en Theodore Tourwé, terwijl Willy Vanex 2de schepen werd. Oscar Vanosmael bleef eerste schepen. Michel Giroulle zou bij zijn overlijden in de raad opgevolgd worden door Henri Jubin. In 1966 zou Vanex zich terugtrekken, na onenigheid met Hettich. Albert Swellen werd toen schepen in zijn plaats. De onenigheid was groot bij de liberalen in 1966, want raadslid Albert Swellen was plots de kandidaat waar de katholieken en Giroulle voor stemden. De kandidaat van de liberalen was Gasia, maar die haalde slechts vijf stemmen, tegen zes voor Swellen, die aldus tweede schepen wordt. Swellen zou later soms met de meerderheid, soms met de oppositie mee stemmen. Op voorstel van raadslid Pros Fourie verleende de gemeenteraad in 1966 de titel van ereburgemeester aan Michel Giroulle, omdat hij 25 jaar burgemeester was van Hoegaarden.

In overeenstemming met de weddevermindering van de burgemeester, wilde de nieuwe tijdelijke meerderheid, CVP –Swellen – Giroulle, in 1966 nu ook het pensioen van de gewezen burgemeester verminderen. Het voorstel kwam van schepen Albert Swellen, die ook zijn wedde als schepen al gehalveerd zag, tijdens dezelfde raadszitting. Burgemeester André Hettich verdedigt hier zijn aartsvijand Michel Giroulle waarbij hij stelde dat de toekenning van een pensioen een verworven recht is dat dit door een raadszitting niet kon worden verminderd. Maar de nieuwe meerderheid, met Giroulle erbij, stemde dit nieuwe voorstel, en haalde het met 5-4. Twee raadsleden waren afwezig. Dit gemeenteraadsbesluit werd evenwel achteraf vernietigd door de hogere overheid.

Op 6 september 1968 overleed ereburgemeester en raadslid Michel Giroulle. Hij was burgemeester bij de liberalen van 1933 tot 1958, met weliswaar een onderbreking in WOII. – HCH