Ga naar de inhoud

GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN IN HOEGAARDEN : MICHEL GIROULLE ( 1933 – 1958)

DEEL I: MICHEL GIROULLE WERD IN WOII VERVANGEN DOOR OORLOGSBURGEMEESTER JULES CELIS

HOEGAARDEN – Michel Giroulle was burgemeester zowel voor als na de tweede wereldoorlog. Na de oorlog was er vooral een tweestrijd met de andere liberaal André Hettich, zo erg dat Giroulle in 1958 opkwam met een lijst Gemeentebelangen. Hij werd toen nog tweemaal verkozen in 1958 en 1964, maar de eerste legislatuur liet hij zich vervangen, in de tweede werd hij wel gewoon raadslid, maar stierf in 1968.  We gaan in dit eerste deel over Michel Giroulle tot aan de verkiezingen van 1952, toen Giroulle burgemeester bleef, maar André Hettich meer voorkeursstemmen haalde. Vermoedelijk het begin van hun onenigheid.

Michel Giroulle: links repro Leyssens, rechts portret Cerkel

De gemeenteraadsverkiezingen in 1932 vonden plaats op 9 oktober. Leopold Lodewijckx haalde 167 voorkeurstemmen en nieuwkomer bij de liberalen Michel Giroulle haalde het tweede hoogste cijfer met 117. Er waren vijf liberale verkozenen, vijf katholieken en één socialist Ferdinand Sweerts. Deze man zijn stem zou doorslaggevend zijn. Zie hoofdstuk over Leopold Lodewijckx.

Leopold Lodewijckx, de uittredende burgemeester mocht niet zetelen, omdat Emile Lodewijckx, zijn oom op de katholieke lijst was verkozen. De raad bestond in 1933 uit Emile Lodewijckx, Oscar Finoulst, Joseph Stokaert, Clément Taverniers, Amand Lebegge (katholieken), Philibert Sacréas, Arnould Toletti, Michel Giroulle, Jules Peeters, Edouard Gesel (liberalen) en Ferdinand Sweerts. 1933: Op 29 april leidde Michel Giroulle zijn eerste gemeenteraad als burgemeester.

NIEUWE STRAATNAMEN

In 1934 deelde de gemeente in de nationale rouw bij het overlijden van Koning Albert, in februari. Alle openbare vermakelijkheden worden gestopt en de drankgelegenheden moeten om 22 uur gesloten zijn, tot na de begrafenis. Op 6 mei 1934 kreeg de verbindingsweg tussen de Staatsbaan en de Pastorijstraat, de naam Koning Albertlaan

Het liberale gemeente raadslid Edouard Gesel was overleden en op 21 maart 1935 kwam Oscar Vanosmael in zijn plaats in de raad. Op 4 augustus 1935 werd beslist om een gebouw, een leerlooierij in liquidatie, aan te kopen aan de Grote Bruggang, met de bedoeling er een slachthuis in te richten. Op 29 augustus 1935 werd weer algemene rouw aangenomen bij het overlijden van Koningin Astrid. Tot de dag van de begrafenis werden weer alle vermakelijkheden geschorst en gingen de cafés dicht om 22 uur.  Op 29 september 1935 werd de raad in kennis gesteld van de beslissing van het schepencollege om de Smidsveldstraat, Koffiestraat en Fabriekstraat, voortaan Koningin Astridstraat, Arthur Putzeysstraat en Henri Dotremontstraat te noemen.

Op 6 december 1936 werd de nieuwe Commissie van Openbare Onderstand gekozen: Félicien Cipers, Felix Cipers; Louis Vanderstukken, Henri Vandervelpen en Urbain Vandermolen waren de effectieve leden In augustus 1937 werd beslist de naam van de Grootebruggang te wijzigen in Slachthuisstraat.

Julien Delescaille gaf zijn ontslag als schepen op 30 oktober 1937. Hij werd bij de liberalen vervangen door Jean-Baptiste Lebegge in de raad en door Jules Peeters als schepen. Emile Lodewijckx iwas dat jaar overleden en werd op 30 oktober vervangen in de raad door Henri Willems, koster in Hoegaarden.

De gemeenteraad bekrachtigde in 1938 het besluit van de COO-raad om Henri Ausloos af te zetten als secretaris van de COO-commissie. De gemeentesecretaris was blijkbaar altijd tegendraads geweest zowel in de gemeente als het COO. Hij durfde ook wel eens letterlijk op zijn sloefen te komen werken.  In september 1938 werd, volgens een omzendbrief van de Gouverneur, beslist nog uitsluitend de Vlaamsche taal te gebruiken voor gemeenteberichten.

De Katholieke partij betreurde in de verkiezingspropaganda van 1938 dat er een zogenaamde katholieke scheurlijst was. “De h. Debroeck begaat de onbegrijpelijke daad de katholieke partij te verdelen. Alles werd nochtans gedaan om het misverstand uit de baan te ruimen. Aan de h. Debroeck werd zelfs de tweede plaats op de katholieke lijst voorgesteld, maar niets mocht baten. Debroeck verkoos de scheurmaker te zijn. Hij kon geen grotere dienst bewijzen aan de tegenstanders”, zo klonk het in de propaganda van de katholieken.

 Op 16 oktober 1938 waren er gemeenteraadsverkiezingen in Hoegaarden. Er kwamen vier lijsten op, een liberale getrokken door Michelle Giroulle, een socialistische getrokken door Ferdinand Sweerts, een katholieke getrokken door Raymond Ausloos, en een katholieke scheurlijst van Henri Debroeck, met slechts één kandidaat op de lijst.

De nieuwe gemeenteraad van Hoegaarden zetelde op 11 januari 1939 voor het eerst met Michel Giroulle als burgemeester en André Hettich en Frans Van Bever als schepenen. Er waren zeven liberale raadsleden: Michel Giroulle, Oscar Vanosmael, André Hettich, François Van Bever, Jules Peeters, Jean-Baptiste Lebegge en Simon Lochy. De katholieken hielden vier verkozenen over: Raymond Ausloos, Henri Willems, Georges Vandermolen en Joseph Stokaert. De socialisten hadden geen zetel meer.

OORLOGSJAREN

De gemeenteraad kwam op 3 maart 1940 voor de laatste maal samen. Pas in juni werden de zittingen hernomen, maar de burgemeester Michel Giroulle verscheen niet meer en Jules Peeters leidde de zittingen als waarnemend burgemeester. Hettich, Van Bever, Stokart, Lebegge, Vanosmael, Lochy, Ausloos en Vandermolen waren wel aanwezig op de raadszitting Op 10 mei 1940 waren de Duitsers plots België binnengevallen.

RUZIE MET SECRETARIS EN REX

André Hettich en Frans Van Bever

In 1941 waren er weer problemen met secretaris Henri Ausloos. Hij had het dossier van de kademuur in verband met de herstellingswerken in uitvoering aan de Grote Gete, niet tijdig verzonden. Hij respecteerde ook de openingsuren van het secretariaat niet. Hij werd door de raad mondeling berispt. De volgende gemeenteraden was Ausloos er niet. Hij was in ziekverlof, en werd weer door Louis Sevenants vervangen.

Varkenskoopman Jules Celis, werd oorlogsburgemeester in 1941  in de plaats van Michel Giroulle. Op 18 oktober werd varkenskoopman Jules Celis, Rex leider voor Hoegaarden en Lummen, oorlogsburgemeester en zetelde met twee liberale schepenen Hettich en Van Bever. Maar Celis en Hettich waren aartsvijanden. De raadsleden kwamen niet meer opdagen.

Tijdens het College van 18 oktober 1941 vernamen Hettich en Van Bever door voorlezing van een brief van de Gouverneur dat aan Michel Giroulle ontslag werd verleend uit zijn ambt van burgemeester. Op de gemeenteraad van 1 juli 1942 werd André Hettich vervangen door schepen Frans Van Nerum. Volgens de studiecommissie van ’t Nieuwhuys was Frans Van Nerum VNV leider te Hoegaarden en broer van een Oostfrontstrijder. Ondertussen was Henri Ausloos weer op zijn post als secretaris. Tijdens de oorlogsjaren vanaf 1943 bestond de raad dus steeds uit Jules Celis de burgemeester, schepenen Van Bever en Van Nerum, en secretaris Mathijs. Op 6 september 1944 werd Hoegaarden bevrijd door het 82ste US Verkennersbataljon, 113de Cavaleriegroep, 2de Pantserdivisie, samen met de 30ste Infanteriedivisie “Old Hickory”. Op 18 augustus 1944 was er de laatste gemeenteraad voorgezeten door Jules Celis. Die dag zat hij ook voor het laatst het schepencollege voor.

De oude liberale bewindsploeg verscheen weer op het gemeentehuis, op 8 oktober 1944. Michel Giroulle was opnieuw burgemeester met zijn schepenen Hettich en Van Bever. Secretaris Henri Ausloos was  er ook weer. De gemeenteraad machtigde in 1945 het College om zich burgerlijke partij te stellen tegen Jules Celis en Frans Mathijs. De eerste werd in de oorlog 1940-1945 als burgemeester, de tweede als gemeentesecretaris “onwettig door de SecretarisGeneraal van het ministerie van Binnenlandse Zaken aangesteld, en verkregen ook onwettige vergoedingen”, aldus het gemeenteraadsverslag

VERKIEZINGEN NA DE OORLOG

Het werd een bitsige kiescampagne in 1946.. De katholieken vielen vooral de 2de kandidaat op de liberale lijst André Hettich aan, met slogans als “Wie speelde tijdens den oorlog op ‘Het Zwarte Paard’ en na den oorlog op “Het witte paard”? “Wie dronk in gezelschap van de moffen ‘Fine Champagne’?”.  Ook de socialistische propaganda was hevig. De socialisten vielen vooral Frans Van Bever en Giroulle aan. Van Bever werd afgeschilderd als een katholieke schepen van onderwijs, en van de liberale burgemeester Giroulle zegden ze dat hij bij de kamerverkiezingen katholiek hadgestemd. “Hettich is de enige liberaal, maar jammer genoeg het knechtje van de suikerfabriek”, aldus de socialisten. De liberalen reageerden dan weer door te zeggen dat socialisten en katholieken niets, maar dan ook niets hadden gedaan voor de werkman en dat de enige bij wie ze konden aankloppen de burgemeester was.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1946  haalde de liberalen 7 zetels, met de ingekozenen Giroulle (226), Hettich (181), Vanosmael (83), Lochy (68), Van Bever (41), Stockmans (104) en Smeyers (112). Er waren drie katholieke ingekozenen: Stokart (59), Lebegge (51) en Lodewijckx (68). De socialist Vanderstukken haalde 149 stemmen. Op de raadszitting van 2 maart 1947 werd de nieuwe gemeenteraad geïnstalleerd. Michel Giroulle was burgemeester en Hettich en Van Bever schepenen.

 Gemeentesecretaris Henri Ausloos was in 1948  wegens ziekte niet meer in staat om zijn ambt uit te oefenen. Begin 1949 gaf  hij zijn ontslag en Louis Sevenants werd secretaris in 1949.

De verkiezingen van 1952 brachten geen grote wijzigingen. André Hettich, tweede man op de liberale lijst haalde wel meer voorkeurstemmen dan lijsttrekker Michel Giroulle, de strijd kon beginnen. Het is ook opmerkelijk hoe weinig voorkeurstemmen uittredend schepen Van Bever haalde. Verkozenen voor de liberalen waren: Michel Giroulle (331), André Hettich (345), Frans Van Bever (85), Oscar Vanosmael (123), Julien Smeyers 152, Leopold Bullens (147) en Frans Lebegge (114). Voor de katholieken waren verkozen: Theofiel Lebegge (97), Emiel Steenwegen (79) en August Kinnaer (82). De socialist Louis Vanderstukken haalt 226 voorkeursstemmen. De rest van zijn lijst haalde er 113 samen. – HCH