Ga naar de inhoud

OOWGEDS IN BILLEKES  LES 3, p. 8, 9, 10 en 11

Les 3 p. 8 en 9

LES 3, p. 8 en 9

Voor de juiste uitspraak en schrijfwijze, zie bij Publicaties op deze site: Praktische Grammatica, p. 17 – 22, of Lexicon van het Hoegaards dialect, p. 7 – 14.

  • Het aanwijzend voornaamwoord (Grammatica p. 50)  / Onzijdig voornaamwoord ‘da’ gevolgd door klinker ‘dad’
  • Vervoeging stowen = staan (Grammatica p. 59, 64) / Ich stowen, gèè sto (wet), ééjà sto(wet), wèlle stowen, gèlle sto(t), zèlle stowen / ston  / In verbindingen of afgekort: stot, sto, stod, ston
  • Bezittelijke voornaamwoorden (Grammatica p. 52, 53) /  Beklemtoond: mèènen oowd /  Onbeklemtoond: menen oowd
  • Onregelmatig meervoud zelfstandige naamwoorden: Grammatica p. 31  Oowd = hoed  oejes = hoeden
  • Woordenschat: tööfel = tafel / oowd = hoed / koejboej = cowboy
  • Woordenschat menselijk lichaam (Grammatica p. 130)  /  daam = duim / vénger = vinger / and = hand
Les 3 p. 10 en 11

LES 3, p. 10 en 11

  • Vervoeging émme = hebben / zén = zijn (Grammatica p. 66)
  • Bezittelijke voornaamwoorden, zowel bijvoeglijk als zelfstandig (Grammatica p. 53, 54) /  Oowlez oejes / dèè zén van oowles
  • Onregelmatig meervoud van zelfstandige naamwoorden (Grammatica p. 31) / and      anne
  • Hulpwerkwoord zulle (Grammatica p. 66) /  OTT: ich zal, gèè zult, ééjà zal, wèlle zulle, gèlle zult, zèlle zulle /  OVT: ich zaa, gèè zaa, ééjà zaa, wèlle zaaë, gèlle zaa, zèlle zaaë

In het Brabants dialect is de 2de  persoon meervoud dezelfde als de 2de  persoon enkelvoud, dus ‘gèè zult, gèlle zult’, maar onder invloed van het Nederlands en andere dialecten wordt dit in het meervoud ook dikwijls ‘gèlle zulle’.

  • Woordenschat  /  pràwpel / pràwper,  làjper / làjpel,  zàjkes/ zàjker,  slajter / slajtel

De tweede vorm komt er dikwijls onder invloed van het Nederlands. Veel dialectwoorden zijn gewoon Nederlandse woorden met dialectuitspraak.

  • Werkwoorden wiejete = weten    koene = kunnen