Ga naar de inhoud

OOWGEDS IN BILLEKES : LES 27, p. 104, 105, 106 en 107

Les 27, p. 104 en 105

LES 27, p. 104 en 105

Voor de juiste uitspraak en schrijfwijze, zie bij Publicaties op deze site: Praktische Grammatica, p. 17 – 22, of Lexicon van het Hoegaards dialect, p. 7 – 14.

  • Woordenschat: bàwter = boter / élek = elk/ e stekste = een stukje / tefrènt = verschillend /doewes = doos / billeke = prentje / slajre = sleuren / zwower = zwaar / stiejen = steen / gaat = geit / schööp = schaap / nèèg = zeer / blowàre = bladeren
  • Verkleinwoorden (Grammatica p. 88 en 89) e stek – e stekske (doffe e’s)
  • Woordenschat rond voeding (Grammatica p. 125, 126) soep, mélek, vliejes, appelseujn, frààt …
  • Woordenschat rond dieren (Grammatica p. 123) koej / pééjàd / vààreke = kurre / gaat
  • Tweeklanken in meervoudsvorming (Grammatica p. 31) blad – blowàre
  • Trappen van vergelijking (Grammatica p. 42 en 43) / zwower / zwoweder / zwowerst
  • Vergelijkingen (Grammatica p. 104, 105) / de blowàre zén nèèg tefrènt
Les 27, p. 106 en 107

LES 27, p. 106 en 107

Voor de juiste uitspraak en schrijfwijze, zie bij Publicaties op deze site: Praktische Grammatica, p. 17 – 22, of Lexicon van het Hoegaards dialect, p. 7 – 14.

  • Woordenschat: zàwn = zoon / jeng = jongen / rèèngele = regenen / dest = dorst / giejen = geen / sjèf = baas / bààreg = berg / plààm = pluim / breuj = broer / indiejowan = indiaan
  • Verkleinwoorden (Grammatica p. 88 en 89) / bloem – blummeke
  • Woordenschat rond familie (Grammatica p. 112) zàwn / dochter / kéngere / fameujle / breujs / zusters
  • Woordenschat rond het weer (Grammatica p. 136, 137) de zon schént / et rèèngelt
  • Vervoeging schèène (Hoofdtijden Grammatica p. 59) de zon schént
  • ‘et schént’ is ook een onpersoonlijk werkwoord, net als ‘et rèèngelt’ (Grammatica p. 61)