Ga naar de inhoud

OOWGEDS IN BILLEKES : LES 26, p. 100, 101, 102 en 103

Les 26, p. 100 en 101

LES 26, p. 100 en 101

Voor de juiste uitspraak en schrijfwijze, zie bij Publicaties op deze site: Praktische Grammatica, p. 17 – 22, of Lexicon van het Hoegaards dialect, p. 7 – 14.

  • Woordenschat: geriejed = klaar / snééjà = snijden / èd = hard / nemieje = niet meer / alef = half / keujk = kip / biejest = dier / bisjke = beestje / mààs = muis / kééjes = kaas / sloeker = gulzigaard / tand – tanne =  tand – tanden / wiejete = weten / terowan zitte = eraan zitten
  • Verkleinwoorden (Grammatica p. 88 en 89) biejest – bisjke / keujk – kikske
  • Woordenschat rond voeding (Grammatica p. 125, 126) kééjes / petat(t)e
  • Woordenschat rond dieren (Grammatica p. 123) mààs / keujk …
  • Vervoeging snééjà : ich snééjà, gèè snét, ééjà snét, wèlle snééjà … / hoofdtijden: snàj – gesnàje
  • Vervoeging stèèke: ich stèèk, gèè stékt, ééjà stékt, wèlle stèèke … / hoofdtijden: stàwk – gestàwke
  • Schrijfwijze: èd = hard . Opgelet èt = hart. Maar bij verbindingen van ‘èd’ gebruiken we ook een ‘t’, bv. ètte kééjes.
  • Let ook nog eens op de toevoeging van ‘n’, voor t of d: nen tand (Grammatica p. 38, voetnoot 50)
Les 26, p. 102 en 103

LES 26, p. 102 en 103

Voor de juiste uitspraak en schrijfwijze, zie bij Publicaties op deze site: Praktische Grammatica, p. 17 – 22, of Lexicon van het Hoegaards dialect, p. 7 – 14.

  • Woordenschat: zaat = zout / lieg = laag / vurke = vuurtje / gaas = gas / bèk = de kookplaat op gasfornuis / gebaa = gebouw / fornààs = fornuis / kéngere = kinderen / teluujer = bord / verkét = vork / làjper = lepel / aad = oud / dréngke = drinken
  • Verkleinwoorden (Grammatica p. 88 en 89) veuj – vurke
  • Woordenschat rond voeding en eten (Grammatica p. 125, 126) petat(t)e, kastrol, ééjete / gedékte tööfel / mèsse / verkétte / teluujere / kajke
  • Onvoltooid verleden tijd van ‘émme’ (Grammatica p. 66) / ig aa, gèè aa, ééjàn aa, wèllen aaë, gèllen aa, zèllen aaë
  • Schrijfwijze aad = oud / let op: aat = hout
  • Làjper of làjpel: naar gelang de graad van oud Hoegaards
  • Trappen van vergelijking (Grammatica p. 42, 43) / den aadste