Ga naar de inhoud

OOWGEDS IN BILLEKES : LES 18, p. 68, 69, 70 en 71

Les 18, p. 68 en 69

LES 18, p. 68 en 69

Voor de juiste uitspraak en schrijfwijze, zie bij Publicaties op deze site: Praktische Grammatica, p. 17 – 22, of Lexicon van het Hoegaards dialect, p. 7 – 14.

  • Woordenschat / vénge = vinden / oepnàjme = opnemen / nàchttoeufelke = nachtkastje / geriejed = klaar / bààte = buiten / tàjge = tegen / kapstèk = kapstok
  • Persoonlijk voornaamwoord voorwerpsvorm (Grammatica p. 48) / ig aa um oep tööfel gezét
  • Voltooid tegenwoordige tijd (Grammatica p. 68) / ig ém um oepgenàwme
  • Voltooid verleden tijd (Grammatica p. 68-69) / ig aa um gezét
  • Vervoeging émme in tegenwoordige en verleden tijd (Grammatica p. 66) / ig ém / ig aa
  • Vervoeging ‘zééje’ = zeggen (Grammatica p. 64) / ich zàj, Zjèf zàjt / wèlle zééje … (dit in tegenstelling tot het Tiens dat overal ‘zàje’ behoudt)
  • Voorzetsels (Grammatica p. 84) / an / tàjge / oep
Les 18, p. 70 en 71

LES 18, p. 70 en 71

Voor de juiste uitspraak en schrijfwijze, zie bij Publicaties op deze site: Praktische Grammatica, p. 17 – 22, of Lexicon van het Hoegaards dialect, p. 7 – 14.

  • Woordenschat / reujze = ruzie / trug = opnieuw / màjbrénge = meebrengen / vajl = veel / e brifke = een briefje / e belet = een biljet / vénge = vinden / onded = honderd
  • Persoonlijk voornaamwoord voorwerpsvorm (Grammatica p. 48) / ne bréngd um binne
  • Voltooid tegenwoordige tijd (Grammatica p. 68) / Nen és binne gekàwme
  • Gebruik persoonlijk voornaamwoord ‘ter’ 3 de persoon enkelvoud (Grammatica p. 47, voetnoot 71) / Nowe de reujze és ter binne gekàwme
  • Het werkwoord ‘zéng’ = zien (Grammatica p. 60, voetnoot 104) . In het klassieke Hoegaards: ich zéng, gèè zeujt, ééjà zeujt, wèlle zéng, gèlle zeujt/ zèlle zéng. Je hoort ook dikwijls de vorm ‘zeujn’, ook ‘gezeujn’, en in de vervoeging ‘ich zeujn, wèlle zeujn’
  • Het bijwoord ‘ter’ = er (Grammatica p. 83) / ter és eujt in den oowd
  • Het werkwoord vénge = vinden (Hoofdtijden Grammatica p. 59) / N’àj gèld gevenge